• Nederland
  • Museum

Het Scheepvaartmuseum richting ecopositief

Het Scheepvaartmuseum is een modelleerling als het gaat om duurzaamheid. Ze zijn van het gas af in het museum, gebruiken 100% windenergie, bieden bij voorkeur een plantaardig menu aan, bouwen circulaire tentoonstellingen en inspireren bezoekers en musea om na te denken over hun voetafdruk. Maar duurzaamheidscoördinator Ilse Hoenderlos is nog lang niet klaar: in 2030 wil ze met het museum zo ecopositief mogelijk zijn. We gingen met haar in gesprek over wat dit betekent, wat je daarvoor moet doen en hoe je dit meetbaar maakt.

Op het binnenplein van het museum spelen kinderen en staan groepjes toeristen omhoog te kijken naar het glazen dak. De lijnen in de bijzondere glazen constructie zijn geïnspireerd op ouderwetse zeekaarten, een referentie naar de oorsprong van het gebouw: een pakhuis waar goederen van over de hele wereld werden opgeslagen. Daarmee doet zowel het gebouw als de collectie van het museum de maritieme geschiedenis eer aan. De spelende kinderen hebben dat nog niet helemaal door.

Waar staat het museum nu?

We worden ontvangen door Ilse Hoenderlos. Zij is sinds 2023 duurzaamheidscoördinator bij Het Scheepvaartmuseum. Een functie die daarvoor nog niet bestond, terwijl het museum toch al heel wat jaren stappen zet op het gebied van duurzaamheid.

“Het begon met de medewerkers van het museum zelf,” vertelt Ilse. “Een aantal vond duurzaamheid belangrijk: ze keken kritisch naar het aanbod in de bedrijfskantine, stimuleerden elkaar om afval op te ruimen, installeerden ledverlichting en hergebruikten materialen voor tentoonstellingen. Dit heeft geleid tot een GreenTeam, later de Werkgroep Duurzaamheid en uiteindelijk ook tot mijn rol.”

In samenwerking met strategisch adviesbureau Copper8 is de meetmethode van de negatieve impact opgesteld. De doelstelling om in 2030 zo eco-positief mogelijk te worden, betekent dat de negatieve impact op het milieu moet worden teruggedrongen en de positieve impact moet worden vergroot. Door te meten in vijf categorieën (Afval & Materialen, Horeca, IT, Mobiliteit en Energie & Water) helpt dit model om de impact van het museum in beeld te brengen en de voortgang te bewaken.

Zo weten wij dat veruit onze grootste negatieve impact zit in de reisbewegingen van onze bezoekers. En rekenen we jaarlijks uit hoeveel plantaardige en dierlijke eiwitten er gebruikt worden in de horeca. Verder monitoren we onze energieverbruik zodat we inzicht hebben en kunnen sturen op nog minder elektriciteit gebruik. Ook de Milieubarometer wordt gebruikt om overzichtelijk de jaren naast elkaar te visualiseren.

Het gebouw: van gasverslindend naar gasvrij

Tussen 2007 en 2011 is het museum grondig verbouwd. Toen is ook de glazen overkapping geplaatst en de eerste stappen gezet om energie te besparen.

“In 2019 verbruikten we 60.000 m³ gas en  halverwege 2024 hebben we de gaskraan dichtgedraaid. Een mooie mijlpaal waar heel veel aan vooraf is gegaan. Twaalf jaar geleden is al een WKO aangelegd en stap voor stap hebben we zo toegewerkt naar een aardgasvrij museum. Optimalisatie van de luchtbehandelingskasten, installatie van warmtepompen en verbetering van vochtbalans, hebben als resultaat dat de elektriciteitsrekening na het dichtdraaien van de gaskraan ook nauwelijks omhoogging.”

In 2028 staat de vervanging van alle 1.100 ruiten door monumentenglas op de planning in combinatie met de buitenschilder. Ook worden de installaties nog optimaler ingericht en gaat er warmte teruggewonnen worden vanaf de binnenplaats. Mede door het gebruik van slimme monitoringssoftware schatten we in dat we nog eens 20 procent energie kunnen besparen.

Meer dan alleen minder schade

Naast het beperken van de negatieve impact wil het museum ook de positieve impact vergroten. Met tentoonstellingen over het voedselsysteem en de impact van zeevaart wil het museum dat bezoekers ook naar buiten lopen met een breder bewustzijn over duurzaamheid.

“Kadir van Lohuizen heeft meerdere tentoonstellingen voor ons gemaakt. ‘Rijzend Water’ over de stijgende zeespiegel en ‘Food for Thought’ over de voedselindustrie en de rol van Nederland en de scheepvaart in het voedselsysteem. Hiermee zet hij echt mensen aan het denken over de fouten in ons systeem.”

Maar ook andere musea worden geholpen, door het initiatief ATLAS – The Future of Exhibitions. Dit is een online kennisplatform en toolkit, gelanceerd door het museum om de museale sector te helpen verduurzamen. Omdat het bouwen van tentoonstellingen vaak belastend is voor het milieu, helpt dit platform musea om bewuste, groene keuzes te maken bij het ontwerpen van exposities.

Nog niet alles is meetbaar

Op alle productcategorieën van het Copper8-model heeft Het Scheepvaartmuseum stappen gezet. Maar het museum heeft ook nog steeds uitdagingen.

“Onze negatieve impact kunnen we goed meten en bijsturen. We hebben bijvoorbeeld een vissenhotel in het water geplaatst om de biodiversiteit te bevorderen en gebruikt onze stoomboot inmiddels geen kolen, maar raapzaadbriketten als brandstof. Ook is het dierlijke voedselaanbod teruggebracht naar slechts 20%. Maar wat we nog moeilijk vinden, is het meten van onze positieve impact. Wat nemen mensen mee uit onze tentoonstellingen? Wat verandert er in hun gedrag na hun bezoek? Daar zouden we nog wel meer inzicht in willen hebben.”

Het werk is nog niet klaar

In 2030 wil Het Scheepvaartmuseum zo ecopositief mogelijk zijn. Het doel is 55% CO₂-reductie ten opzichte van 2022. Ilse: “Maar je zal altijd een basislast hebben als museum. Wanneer we precies weten hoeveel dat is, en ook niet meer impact maken dan dat, is mijn werk geslaagd. Tot die tijd blijven we monitoren en verbeteren. Als museum heb je een verantwoordelijkheid om het goede voorbeeld te geven, en die verantwoordelijkheid nemen wij serieus.”

Als tip geeft Ilse: “Begin met iets kleins en werk van daaruit verder. En vergeet niet elk succes te vieren, groot en klein. Of je nou van het gas af gaat, of een onderdeel van een tentoonstelling nog eens kunt inzetten. Elke stap in de goede richting is een waardevolle stap.”

Het Scheepvaartmuseum hanteert als motto: “Water verbindt werelden.” Daarmee laat het zien hoe de maritieme geschiedenis, het heden en de toekomst van de samenleving aan elkaar zijn gekoppeld. Duurzaamheid is een voorwaarde voor die toekomst. Zo kan het museum hopelijk nog honderden jaren bezoekers ontvangen en kinderen op het binnenplein laten spelen.

 

Kijk hier voor meer informatie over ATLAS – The Future of Exhibitions. En kijk hier voor meer informatie over duurzaamheid bij Het Scheepvaartmuseum.

Galerij